Met betrekking tot bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 10 wordt de periode, bedoeld in artikel 3.38 van de wet, gesteld op tien jaar, aanvangende met het begin van het kalenderjaar waarin de verplichtingen zijn aangegaan of de voortbrengingingskosten zijn gemaakt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001