Onder natuurterreinen als bedoeld in artikel 5.7 van de wet worden verstaan heidevelden, hoogveenterreinen, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders, schorren, gorzen, slikken, riet- en ruigtlanden, laagveenmoerassen, voorzover deze terreinen geen landbouwgronden zijn.
Hoofdstuk 5
Artikel 17
Vrijstellingen; vrijstelling bos- en natuurterreinen en landgoederen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001