**1.** De artikelen van deze wet met uitzondering van artikel I, onderdeel B, artikel 2b, derde lid, en artikel 2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, onderdeel M, artikel 32ba, eerste lid, onderdelen d en e, voor zover het betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage, en artikel II treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Het tijdstip van inwerkingtreding kan voorts ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en ten aanzien van vrijwillige pensioenvoorzieningen verschillend worden vastgesteld.
**2.** Artikel I, onderdeel B, artikel 2b, derde lid, en artikel 2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, onderdeel M, artikel 32ba, eerste lid, onderdelen d en e, voor zover het betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage, en artikel II treden uiterlijk in werking op 1 januari 2005.
Artikel I, onderdeel A, onderdeel B, artikel 2b, derde lid, en
artikel 2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, onderdeel M,
artikel 32ba, eerste lid, onderdelen d en e, treden niet in
werking voor zover het betreft pensioen dat wordt berekend of
mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage of
voorzover het betreft voorzieningen als bedoeld in het tweede
lid. Artikel I, onderdeel B, artikel 2b, derde lid, en artikel
2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, en onderdeel M,
artikel 32ba, eerste lid, onderdelen d en e treden in werking op
1 januari 2005 voor zover het betreft de voorzieningen zoals
omschreven in Stb. 2001/608, enig artikel, lid 2.
Artikel X
Artikel X
Onderdeel van Wijzigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet (recht van keuze voor ouderdomspensioen i.p.v. nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002