**1.** In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de stichting aan de raad een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd.
**2.** Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden de activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. De raad onderscheidenlijk de stichting wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de stichting met toestemming van de raad door een derde worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die derde in eigendom zijn overgedragen.
Paragraaf 5
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Subsidieregeling stichtingen rechtsbijstand 2002· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002