Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vergunningen, invoer, actieve veredeling en uitvoer

Onderdeel van Mededeling nr. 13, nieuwe verordening betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 8 januari 2001

Het in de Gemeenschap in het vrije verkeer brengen of de actieve veredeling van gereguleerde stoffen is onderworpen aan de overlegging van een invoervergunning (artikel 6). Deze vergunningen worden door de Commissie afgegeven nadat is vastgesteld of voldaan is aan de artikelen 6,7, 8 en 13 van de verordening. De Commissie zendt een afschrift van de vergunning aan de bevoegde instantie van de lidstaat waar de betrokken stoffen zullen worden ingevoerd. Elke lidstaat wijst hiertoe een instantie aan. De gereguleerde stoffen van de groepen I, II, III, IV en V van bijlage I van de verordening worden niet voor actieve veredeling ingevoerd. Wanneer de vergunning betrekking heeft op een procedure voor actieve veredeling, wordt deze slechts afgegeven indien de gereguleerde stoffen binnen het douanegebied van de Gemeenschap volgens het in artikel 114, lid 2, punt a, van het CDW bedoelde systeem inzake schorsing worden gebruikt en mits de veredelingsproducten worden wederuitgevoerd naar een staat waar voor de vervaardiging, het verbruik en de invoer van die gereguleerde stof geen verbod geldt. De vergunning wordt slechts afgegeven na goedkeuring door de bevoegde instantie van de lidstaat waar de actieve veredeling zal geschieden. De Commissie kan een certificaat verlangen waarin de aard van de in te voeren stoffen wordt vermeld. Het in de Gemeenschap in het vrije verkeer brengen van uit derde landen ingevoerde gereguleerde stoffen is aan kwantitatieve beperkingen onderworpen (artikel 7; de hoeveelheden zijn opgenomen in bijlage III van de verordening). De toewijzing geschiedt slechts voor bepaalde doeleinden. Het is verboden in de Gemeenschap gereguleerde stoffen in het vrije verkeer te brengen, of voor actieve veredeling vrij te geven, die zijn ingevoerd uit een staat die niet partij bij het protocol is (artikel 8). Het is verboden in de Gemeenschap gereguleerde stoffen bevattende producten en apparatuur in het vrije verkeer te brengen die zijn ingevoerd uit staten die niet partij bij het protocol zijn (artikel 9). Als richtsnoer is in bijlage V bij de verordening een lijst van producten en apparatuur opgenomen. De Commissie kan deze lijst wijzigen. De Raad zal op voorstel van de Commissie voorschriften vaststellen voor het in het vrije verkeer brengen van producten die uit een niet partij bij het protocol zijnde staat zijn ingevoerd en die met gereguleerde stoffen zijn vervaardigd doch geen stoffen bevatten die met zekerheid als gereguleerde stoffen kunnen worden geïdentificeerd (artikel 10). De uitvoer van gereguleerde stoffen is onderworpen aan de overlegging van een uitvoervergunning (artikel 12). Deze vergunningen worden door de Commissie afgegeven nadat is vastgesteld of voldaan is aan artikelen 11 van de verordening. De Commissie zendt een afschrift van de vergunning aan de bevoegde instantie van de lidstaat waar de betrokken stoffen zullen worden uitgevoerd. Voor de behandeling van de vergunningen wordt verwezen naar paragraaf 13 van het Voorschrift Wet milieugevaarlijke stoffen. Het is verboden chloorfluorkoolstoffen, andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen, halonen, tetrachloorkoolstof, 1,1,1-trichloorethaan, en broomfluorkoolwaterstoffen of producten en apparatuur, andere dan persoonlijke goederen, welke die stoffen bevatten of nodig zullen hebben om in werking te blijven, uit de Gemeenschap uit te voeren. Dit verbod geldt niet voor bepaalde toepassingen (artikel 11). Het is verboden methylbromide uit de Gemeenschap uit te voeren naar een staat die geen partij bij het protocol is. Met ingang van 1 januari 2004 is het verboden uit de Gemeenschap chloorfluorkoolwaterstoffen uit te voeren naar een geen partij bij het protocol zijnde staat. De Commissie kan in het licht van de internationale ontwikkelingen deze datum zo nodig wijzigen. In afwijking van artikel 8, artikel 9, lid 1, artikel 10 en artikel 11, leden en 3, kan de Commissie voor de handel in gereguleerde stoffen en in een of meer van die stoffen bevattende of daarmee vervaardigde producten met een niet partij bij het protocol zijnde staat toestemming verlenen voor de in- of uitvoer (artikel 13). Op grond van artikel 14 kan de Commissie besluiten dat sommige of alle bepalingen van de artikelen 8, 9 en 11 van de verordening niet van toepassing zijn voor een niet door het protocol bestreken gebied. Artikel 19 bevat rapportage verplichtingen voor elke producent, importeur en exporteur. De douanediensten van de lidstaten zenden de afgestempelde gebruikte vergunningsdocumenten elk jaar voor 31 december aan de Commissie terug (artikel 19). Het in het vrije verkeer brengen of vrijgeven voor actieve veredeling, het op de markt brengen en het gebruik van stoffen, genoemd in bijlage II bij de verordening (broomchloormethaan) is verboden. De Commissie doet zo nodig voorstellen om andere dan gereguleerde stoffen in bijlage II op te nemen. Voor de taak van de ambtenaren wordt kortheidshalve verwezen naar de paragrafen 12 tot en met 14 van het Voorschrift Douanetaken wet milieugevaarlijke stoffen . Opgemerkt wordt dat paragraaf 15 alleen toepassing kan vinden voor zover de in het Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten opgenomen bepalingen in overeenstemming zijn met de verordening; dit betekent dat ingeval het besluit niet is aangepast aan nieuwe verboden de sancties beperkt blijven tot het niet aanvaarden van de aangiften voor het in het vrije verkeer brengen, voor de plaatsing onder de regeling actieve veredeling of de uitvoer. In voorkomende gevallen dient contact te worden opgenomen met de meldkamer van het ministerie van VROM. De Inspectie Milieuhygiëne van dit ministerie zal het betrokken bedrijf verzoeken om de betreffende partij op vrijwillige basis terug te voeren. Het telefaxbericht WD2000/807 M, van 9 oktober 2000, heeft hiermede zijn belang verloren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel