**1.** Het kenteken dient:
door persing in de plaat te zijn aangebracht, of
door middel van losse tekens op de plaat te zijn aangebracht; deze tekens dienen deugdelijk aan de plaat te zijn bevestigd,
een en ander overeenkomstig bijlage 4.
**2.** De tekens van het kenteken dienen zodanig in de plaat te zijn aangebracht dat deze tekens zich aan de voorzijde van de kentekenplaat bevinden.
**3.** Het kenteken dient symmetrisch ten opzichte van het midden van de kentekenplaat te zijn aangebracht.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Aanbrengen van het kenteken in of op de kentekenplaat
Onderdeel van Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 2 februari 2001