Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 50

Artikel 50

Onderdeel van Gerechtsdeurwaarderswet· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 15 juli 2001

1. Een gerechtsdeurwaarder of waarnemend gerechtsdeurwaarder die is geschorst, is niet bevoegd tot het verrichten van enige ambtshandeling, uit welken hoofde ook. Het is hem gedurende de schorsing verboden zijn ambtstitel te voeren of te vermelden bij enige werkzaamheid. 2. Schorsing kan grond opleveren voor ontslag uit een benoeming tot waarnemend gerechtsdeurwaarder.

Rechtspraak bij dit artikel