**1.** Onder slechte grond wordt verstaan: een minimaal 5 meter dik aaneengesloten pakket holocene klei- en/of veenlagen dat zich binnen 8 meter onder het maaiveld bevindt. Binnen deze definitie worden onderscheiden:
kleigebied: de cumulatieve veendikte bedraagt in dit gebied maximaal 50 cm;
klei/veengebied: de cumulatieve veendikte bedraagt tussen de 50 en 400 cm;
veengebied: de cumulatieve veendikte bedraagt minimaal 400 cm.
**2.** Onder goede grond wordt verstaan grond die niet aan de omschrijvingen onder a, b en c in het eerste lid van dit artikel voldoet.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Besluit financiële verhouding 2001· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 13 januari 2006