Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Kaders experimenteerkader

Onderdeel van Landelijk experimenteerkader Regionale Expertisecentra in oprichting· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2001

De bevoegde gezagsorganen van de scholen die deel uitmaken van het REC i.o. geven in een experimenteerplan een duidelijke omschrijving van de wijze waarop de onderwijskundige inrichting van het REC i.o. zal worden vormgegeven onder bijvoeging van een begroting van uitgaven (art. 3 Experimentenwet). In het experimenteerplan wordt in ieder geval opgenomen op welke wijze het REC i.o.: in een regio een samenhangend en evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen vanuit de deelnemende scholen realiseert door middel van verbrede toelating en indien daaraan behoefte bestaat de herspreiding van onderwijslocaties (lesplaatsen); een Commissie voor de Indicatiestelling (hierna CvI) zal inrichten en in stand zal houden; de vormgeving van de ambulante begeleiding en onderwijsondersteuning; handelingsgerichte diagnostiek vorm zal geven voor leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen; de eigen expertise zal ontwikkelen en; de samenwerking met de basisscholen en de samenwerkingsverbanden Weer samen naar school zal vormgeven; voorlichting aan ouders zal geven. Het REC i.o. wordt bestuurd door een bij notariële akte ingestelde rechtspersoon. Een afschrift van de notariële acte wordt meegestuurd met het verzoek om een onderwijskundig experiment te mogen starten. De in te richten bestuurlijke organisatie wordt tevens in het experimenteerplan beschreven. Dit plan bevat tenminste: een beschrijving van activiteiten, welke ondernomen worden om de organisatie van het REC i.o. vorm te geven; een planning met betrekking tot de te nemen stappen wat betreft bestuurlijke, organisatorische en beheersmatige elementen. Het REC i.o. verbindt zich om de toelaatbaarheid van een leerling tot een deelnemende school te beoordelen op basis van door de minister van OCenW vastgestelde criteria zoals opgenomen in bijlage 1, daarbij te werk te gaan volgens het in deze bijlage voorgeschreven protocol en het protocol en het leerling dossier geanonimiseerd aan de Landelijke commissie toetsing indicatiestelling (LCTI) ter beschikking te stellen. Tevens verbindt het REC i.o. zich om de richtlijnen voor het samenstellen en inrichten van de CvI zoals gegeven in bijlage 1 te volgen. Het bestuur van het REC i.o. stelt een onderwijs-spreidingsplan op voor lesplaatsen en verbrede toelating. Het onderwijs-spreidingsplan behoeft de instemming van alle schoolbesturen die deelnemen in het REC i.o. en van de besturen van alle aangrenzende REC’s i.o. Voor elke afzonderlijke lesplaats behoeft het onderwijs-spreidingsplan o.a. vanwege de huisvestingsgevolgen de goedkeuring van de gemeente waarin de desbetreffende lesplaats wordt gevestigd. De formatieve en materiële bekostiging voor een lesplaats wordt toegekend aan de school die het onderwijs in de lesplaats verzorgt. In dit kader dient gewezen te worden op art. 2, lid 3 Experimentenwet waarin vermeld wordt dat niet tot bekostiging wordt besloten indien redelijkerwijs te verwachten is dat daardoor het leerlingenaantal van scholen van dezelfde richting in het voedingsgebied zodanig zal dalen dat dan hun voortbestaan wordt bedreigd. Het REC i.o. verleent alle medewerking aan de Wegbereiders en de Inspectie van het onderwijs die zullen worden betrokken bij de evaluatie en monitoring van de voortgang ten aanzien van het vormingsproces van het REC i.o.; Een REC i.o. brengt jaarlijks een rapportage uit van de activiteiten die plaats hebben gevonden in het kader van de onderwijsinhoudelijke vernieuwing. Daarin wordt inhoudelijk en financieel de stand van zaken weergegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel