Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bekostiging

Onderdeel van Landelijk experimenteerkader Regionale Expertisecentra in oprichting· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2001

Zoals hiervoor aangegeven wordt bij de beslissing op het verzoek tevens bepaald welke regels en voorwaarden voor bekostiging zullen gelden, alsmede de wijze van bekostiging. De bekostigingsregeling die wordt vastgesteld voor het experiment gaat uit van de huidige bekostigingsregels. Daarnaast is er ruimte voor aanvullende bekostiging. Deze is opgebouwd uit 3 componenten. Allereerst krijgt het REC i.o. eenmalig een bedrag van ƒ 50.000,- . Daarnaast wordt per deelnemende school een bedrag van ƒ 40.000 beschikbaar gesteld. En tenslotte krijgt het REC i.o. per leerling een bedrag van ƒ 100,- gebaseerd op het totaal aantal leerlingen van de aan het REC deelnemende scholen. De bekostiging kan voor de afloop van de daarvoor bepaalde termijn worden beëindigd in de volgende situaties: op een met redenen omkleed verzoek van het bevoegd gezag; door de minister van OCenW indien niet meer wordt voldaan aan de bij de beslissing gestelde voorwaarden en regels; door de minister van OCenW indien het experiment niet tot de daarmee beoogde doeleinden blijkt te leiden en indien de minister van OCenW van oordeel is dat voortzetting van het experiment niet in het belang van de leerlingen is (art. 2, lid 6 Experimentenwet). Indien de bekostiging van het experiment wordt beëindigd aan een school die onmiddellijk voorafgaand aan het experiment uit de openbare kas werd bekostigd, wordt wederom vergoeding toegekend volgens dezelfde regelen en voorwaarden als voor het schooltype gelden, waartoe de school behoorde voor de aanvang van het experiment (art. 4, lid 2 Experimentenwet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel