**1.** De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht. De toepassing van de hiervoor bedoelde bevoegdheden dient zich te beperken tot stilstaand verkeer, met uitzondering van de artikelen 5, 6, 10, 60, 62 en 82 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
de parkeerverordening, respectievelijk de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeenten Leiden, Voorschoten en Oegstgeest, voor zover de betrokkenen daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan zijn aangewezen.
**2.** De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeenten Leiden, Voorschoten en Oegstgeest.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar sector Stadstoezicht van de Dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden 2001· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 maart 2002