De betrokkene is in het bezit van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000, hetgeen blijkt uit zijn verblijfsdocument (verblijfsdocument IV). Hierbij zij aangetekend dat in het geval van naturalisatie van de betrokkene tot Nederlander er niet van uitgegaan mag worden dat de betrokkene door het enkele feit van de naturalisatie nadien niets meer te vrezen heeft van de autoriteiten van het land waar hij oorspronkelijk vandaan komt.
Per geval zal moeten worden bezien of er nog gronden voor bezwaar tegen legalisatie van stukken aanwezig zijn.
Artikel a
Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Onderdeel van Aanpassing legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2001