De betrokkene is in het bezit van een geldige verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (verblijfsdocument I) op grond van artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, hetgeen blijkt uit zijn verblijfsdocument (verblijfsdocument I) en op grond van artikel 3.72 jo. 3.83 van het Vreemdelingenbesluit 2000 vrijgesteld van het paspoortvereiste.
Een en ander blijkt niet uit het verblijfsdocument, maar staat aangetekend in de begeleidende brief bij de beschikking op grond waarvan de betrokkene verblijf is verleend. Indien de betrokkene stelt van het paspoortvereiste te zijn vrijgesteld, kan hem verzocht worden de begeleidende brief over te leggen, dan wel kan de vrijstelling van het paspoortvereiste worden geverifieerd bij de vreemdelingendienst.
Artikel c
Verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Onderdeel van Aanpassing legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2001