In deze wet wordt verstaan onder:
Onze Ministers: de Ministers van Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
hulp bij zelfdoding: het opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam zijn of hem de middelen daartoe verschaffen als bedoeld in artikel 294, tweede lid, tweede volzin, Wetboek van Strafrecht;
de arts: de arts die volgens de melding levensbeëindiging op verzoek heeft toegepast of hulp bij zelfdoding heeft verleend;
de consulent: de arts die is geraadpleegd over het voornemen van een arts om levensbeëindiging op verzoek toe te passen of hulp bij zelfdoding te verlenen;
de hulpverleners: hulpverleners als bedoeld in artikel 446, eerste lid, van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
de commissie: een regionale toetsingscommissie als bedoeld in artikel 3.
Hoofdstuk I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2018