De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de school de afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12 aan Onze Minister heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.15
Geen aanspraak tegemoetkoming hoofdstuk 4
Onderdeel van Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2010