Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Centraal examen HAVO beeldende vakken (tehatex)

Onderdeel van Centrale examens beeldende vakken (Tehatex) havo en vwo met ingang van 2003· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 25 juli 2001

Binnen het geldende examenprogramma zal bij het havo een vergelijkbare stap worden gezet. Uitgangpunt is daarbij dat het centraal examen betrekking heeft op de periode van Romaans tot heden, met een nadruk op de periode na 1850. Geldt vanaf examenjaar 2003. Het onderscheid tussen een algemeen deel en vakspecifiek deel komt te vervallen. Er wordt één examen gemaakt dat voor alle kandidaten tekenen, handenarbeid en textiele werkvormen gelijk is. De opgaven en vragen worden evenwichtig over de verschillende beeldende disciplines verdeeld. Typisch vakspecifieke vragen worden niet (meer) gesteld. Het toekomstig examen bestaat uit vijf tot zes opgaven. Het aantal vragen ligt tussen de 40 en 45. De vragen zijn kunstbeschouwelijk en kunsthistorisch van aard zoals gebruikelijk in de examens oude stijl. Geldt vanaf examenjaar 2003. Geldt vanaf examenjaar 2003. Tot en met 2002 bestaat het examen uit 4 katernen met afbeeldingen (algemeen deel en drie vakspecifieke delen) en vier vragenboekjes met ongeveer 20 tot 25 vragen elk. Het examen vanaf 2003 bestaat uit twee katernen afbeeldingen en één vragenboekje met 40 tot 45 vragen. Geldt vanaf examenjaar 2003. Geldt vanaf examenjaar 2003. Vanaf 2003 wordt aangesloten bij CKV2 doordat: er meer vragen worden opgenomen die een appèl doen op tweede fase-vaardigheden. - het bronnenmateriaal dat opgenomen is in het centraal schriftelijk examen een grotere diversiteit zal vertonen; er meer vragen worden gesteld die voortkomen uit de invalshoeken van domein B van het CKV2 examenprogramma. Geldt vanaf examenjaar 2003. Geldt vanaf examenjaar 2003. Geldt vanaf examenjaar 2003.

Rechtspraak bij dit artikel