Naast wijziging van het kennisgevingsformulier vindt een wijziging plaats van het Besluit begripsomschrijvingen Wet ziekenhuisvoorzieningen en van de Regeling jaarverslaggeving zorginstellingen (ex artikel 23 WZV). Daarnaast wordt er een nieuwe algemene maatregel van bestuur getroffen op basis van artikel 22 WZV.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Het Besluit begripsomschrijvingen Wet ziekenhuisvoorzieningen geeft een nadere invulling van het begrip bestemmingswijziging. Hierbij werd voor de categorieën ziekenhuizen en verpleeghuizen een beperkter begrip gehanteerd dan voor psychiatrische ziekenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen en voor de (sector) overige voorzieningen. Die beperking hield in dat de vervanging van de ene hoofdfunctiegroep door een andere (zoals de verbouw van een therapiegebouw tot patiëntenhuisvesting) bij bijvoorbeeld een psychiatrisch ziekenhuis vergunningplichtig bleef terwijl bij een ziekenhuis, mits er voldoende instandhoudingsmiddelen aanwezig waren, kon worden volstaan met een melding. Slechts als deze bestemmingswijziging tevens een uitbreiding van het zorgniveau inhield moest ook het ziekenhuis een vergunning vragen.
De reden voor dit verschil was dat ik de deconcentratie en substitutie bij de psychiatrische ziekenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen en de (sector) overige voorzieningen wilde blijven stimuleren. De instellingsbesturen geven inmiddels in ruime mate uitvoering aan dit beleid. De invulling van het begrip bestemmingswijziging is daarom vanaf heden voor alle sectoren gelijk. Dit leidt tot een verruiming van de bevoegdheden van het instellingsbestuur, omdat meer via een melding mag worden afgedaan.
Het Besluit begripsomschrijvingen Wet ziekenhuisvoorzieningen geeft eveneens een invulling aan het begrip nieuwbouw. Dit begrip wordt voor de ziekenhuizen gewijzigd. Het begrip valt uiteen in (nieuwbouw)uitbreiding en (nieuwbouw)vervanging. In de praktijk van de meldingsprocedure blijkt over de toepassing van het begrip uitbreiding onduidelijkheid te bestaan.
Vergunningplichtig is uitbreiding als het gaat om bouw die gericht is op de oprichting van een nieuwe ziekenhuisvoorziening of op de uitbreiding van het zorgniveau van een bestaande ziekenhuisvoorziening. Uitbreiding van het zorgniveau wordt tot nu toe gemeten in bedden of plaatsen en functie-eenheden. Bij uitbreiding die beperkt blijft tot ruimtelijke uitbreiding van een bestaand gebouw of tot verplaatsing van infrastructuur kan volstaan worden met een melding, zolang er maar sprake is van een gelijkblijvend zorgniveau. In de huidige regelgeving kan voor de oprichting van een buitenpolikliniek met een melding worden volstaan als ze uitsluitend een verplaatsing betekent van functie-eenheden die daarvoor op de hoofdlokatie waren gevestigd. Hierbij is niet de aard van de functies maar het aantal functie-eenheden bepalend. De oprichting van een buitenpolikliniek is daarentegen vergunningplichtig als ze gepaard gaat met een toename van het aantal functie-eenheden of bedden of plaatsen. Bij de hantering van de begrippen bedden, plaatsen en functie-eenheden gaat het om de invulling die hieraan in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen (Besluit begripsomschrijvingen) is gegeven.
In mijn beleid leg ik de nadruk op het oplossen van onaanvaardbare wachttijden. Aan aanbieders en verzekeraars heb ik ruimte gegeven om afspraken te maken die wachttijden tot aanvaardbare proporties terugbrengen. In dat licht vind ik het ongewenst dat voor een investering die noodzakelijk is om een afgesproken uitbreiding van het aantal functie-eenheden mogelijk te maken, een WZV-vergunning wordt vereist. Om die reden heb ik besloten uitbreiding van het zorgniveau, ook voor de ziekenhuissector, nog slechts te meten in bedden of plaatsen. Uitbreiding met functie-eenheden wordt nu gezien als instandhouding van het zorgniveau. Voor de hiervoor noodzakelijke bouw kan voortaan volstaan worden met een melding (vooraf). Natuurlijk blijft voor een melding wel de restrictie gelden dat de instelling over voldoende instandhoudingsbudget moet beschikken.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De verplichting dat een melding moet zijn opgenomen in een langetermijn huisvestingsplan geldt al vanaf 1 januari 1996. In de praktijk kwam deze verplichting erop neer dat het instellingsbestuur bij de eerste indiening van een melding een langetermijnhuisvestingsplan meezond.
Aangezien de meldingsregeling nu 5 jaar bestaat, ga ik er vanuit dat elke instelling inmiddels over een langetermijnhuisvestingsplan beschikt. Opstelling en indiening van een langetermijnhuisvestingsplan wordt dit jaar verplicht gesteld. Het plan moet vóór 1 juli 2002 zijn ingediend, zowel bij mij als (in afschrift) bij het College bouw. Het langetermijnhuisvestingsplan moet vanaf de eerste datum van indiening tenminste elke 4 jaar worden geactualiseerd. De verplichting het plan tenminste eens in de 4 jaar in te dienen zal worden geregeld bij algemene maatregel van bestuur op basis van artikel 22 WZV. De publicatie van dat besluit zal in 2001 plaatsvinden. Voor de inhoud van het huisvestingsplan geldt nog steeds de leidraad die als bijlage 3 is meegezonden met mijn brief van 26 augustus 1996, kenmerk FBZ/PBIZ 96380. Wellicht ten overvloede stuur ik u deze bijlage nogmaals (opnieuw bijlage 3).
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3
Aanpassing WZV-regelingen
Onderdeel van Circulaire wijziging meldingsprocedure Wet ziekenhuisvoorzieningen· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001