**1.** Tijdens de daalvlucht wordt bij het passeren van het overgangsniveau ten minste één drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van de luchthaven.
**2.** De in het eerste lid bedoelde instelling op QNH kan reeds vóór het passeren van het overgangsniveau plaatsvinden, indien de betrokken luchtverkeersleidingsdienst, na het verstrekken van de naderingsklaring, toestaat om de vlieghoogte uit te drukken in hoogte boven gemiddeld zeeniveau nadat de einddaling is ingezet, indien:
wordt voorzien dat boven de overgangshoogte geen horizontale vlucht meer zal plaatsvinden, of
de vlucht wordt uitgevoerd volgens de door de Minister vastgestelde en in de luchtvaartgids gepubliceerde naderingsprocedure waarbij de hoogte waarop de eindnadering wordt aangevangen is gelegen op of beneden het overgangsniveau.
Paragraaf
Artikel 13f
Artikel 13f
Onderdeel van Regeling boorduitrusting· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 23 juni 2016