Voor het uitvoeren van een IFR-vlucht, een gecontroleerde VFR-vlucht in het vluchtinformatiegebied Amsterdam of een VFR-vlucht in de NSA Amsterdam is een luchtvaartuig uitgerust met telecommunicatie-installaties die ten minste voldoen aan de eisen, gesteld in bijlage 10 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 3 september 2007 tot wijziging van het Luchtverkeersreglement en het Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging in verband met wijzigingen van en binnen het GENOFIC area in verband met verbetering van de veiligheid van het luchtruim in werking treedt.
Paragraaf
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Regeling boorduitrusting· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 22 november 2007