Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verordening PT Vakheffing Bloembollen Plantgoed 2002· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002

1. Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt of heeft verkocht aan handelskaarthouders, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere levering van deze producten ter grootte van 2,1% van het factuurbedrag. 2. De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden betaald aan de desbetreffende handelskaarthouder, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom en de aldus geïncasseerde heffing, tegelijk met inzending van het aangifteformulier aan het productschap overmaakt; door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht bedoeld in het eerste lid. 3. Het tweede lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan. 4. Indien en voorzover daartoe naar het oordeel van een door het bestuur van het productschap ingestelde prijzencommissie termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen op het tijdstip van verkoop.

Rechtspraak bij dit artikel