Indien aan de opdrachtgever een toevoeging als bedoeld in artikel 24 van de Wet op de Rechtsbijstand is verleend, vraagt de gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever bij wijze van voorschot geen bedrag dat hoger is dan het bedrag dat op grond van de artikelen 9 en 10 wordt vastgesteld. Het bedrag, bedoeld in artikel 9, wordt gebaseerd op de kosten die naar zijn oordeel voor de goede verrichting van de ambtshandeling noodzakelijk zullen zijn.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de
artikelen 2, 21 en 89 van de Gerechtsdeurwaarderswet in werking treden.
§ 2
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 15 juli 2001