**1.** Een lid van de commissie van toezicht wordt door Onze Minister tussentijds ontslagen:
op eigen verzoek;
bij de aanvaarding van een ambt of betrekking dat onverenigbaar is met het lidmaatschap van een commissie van toezicht;
wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.
**2.** Aan een lid kan door Onze Minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden.
**3.** Hangende de procedure voor ontslag kan Onze Minister het lid in de uitoefening van zijn functie schorsen.
Hoofdstuk 3
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Reglement justitiële jeugdinrichtingen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2001