**1.** De aanstelling van een geestelijk verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger, behorend tot het humanistisch verbond, bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 52, eerste lid.
**2.** De aanstelling van een geestelijk verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger, behorend tot het humanistisch verbond, bij een particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 52, eerste lid.
Hoofdstuk 9
Artikel 53
Artikel 53
Onderdeel van Reglement justitiële jeugdinrichtingen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2001