Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Schoolbudget voor het primair onderwijs per 1 augustus 2001· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2001

In juli is een akkoord bereikt tussen centrales voor overheids- en onderwijspersoneel en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen in verband met de uitwerking van de maatregelen naar aanleiding van het rapport van de werkgroep Van Rijn en verlenging van de CAO sector onderwijs (PO, VO, BVE) 2000-2002. Over de gevolgen van dat akkoord voor onder andere de omvang van het schoolbudget zoals dat per 1 augustus 2001 wordt toegekend aan basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, wordt u in deze publicatie geïnformeerd. Scholen en afdelingen voor specaal voortgezet onderwijs voor lom en mlk en scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging zullen in een afzonderlijke publicatie worden geïnformeerd over de gevolgen die het akkoord heeft voor het schoolbudget. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Deze publicatie vervangt de eerdere publicatie over het schoolbudget per 1 augustus 2001 met uitzondering van paragraaf 8 (de in die paragraaf beschreven overgangsregeling is daarmee van toepassing op het gehele schoolbudget zoals dat per 1 augustus wordt toegekend), die is gepubliceerd in Uitleg Gele Katern nr. 11 van 11 april met kenmerk PO/PJ/01-142447. De publicatie is als volgt opgebouwd. Na de inleiding volgen in paragraaf 2 de uitgangspunten op basis waarvan de omvang van het schoolbudget per school wordt berekend. In paragraaf 3 treft u informatie aan over de eenmalige extra verhoging van het schoolbudget in verband met eventuele extra kosten die zouden kunnen voortvloeien uit een inhaalinvestering i.v.m. de nieuwe mogelijkheid voor werknemers om op grond van een beoordeling van het functioneren een beloningsverschil dat is ontstaan door loopbaanonderbreking, te kunnen inlopen. Paragrafen 4, 5 en 6 bevatten respectievelijk voor basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs de formules waarmee in combinatie met de in de bijlage opgenomen bedragen de concrete omvang van het schoolbudget per school kan worden berekend. In paragraaf 7 treft u informatie aan over de feitelijke uitbetaling van het schoolbudget. Ten slotte wordt in paragraaf 8 aandacht besteed aan de verantwoording en monitoring van het schoolbudget. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Het schoolbudget is, zoals in eerdere publicaties al is aangegeven, een vrij besteedbaar budget voor personele doeleinden dat wordt uitgekeerd in de vorm van geld. Scholen beschikken daarmee structureel over financiële ruimte om zelfstandig afwegingen maken en daarbij voldoende rekening te houden met de specifieke situatie waarin zij zich bevinden. In het algemeen kan bij de besteding van het budget zoals dat er nu per 1 augustus 2001 uitziet, gedacht worden aan dekking van de volgende kosten: salariskosten zoals: kosten van managementondersteunende en andere ondersteunende functionarissen kosten die worden gemaakt voor LIO en hun begeleiders, extra salariskosten van hoger ingeschaald personeel, toelagen (b.v. extra periodieken voor herintreders) en gratificaties, extra salariskosten in verband met betaald ouderschapsverlof; en overige personele kosten zoals: kosten van nascholing en deskundigheidsbevordering van het personeel en management, kosten in verband met arbeidsomstandighedenbeleid en arbozorg, kosten van arbeidsmarktbeleid, integraal personeelsbeleid. Meer specifiek dan hierboven al is aangegeven, worden met de verhoging van het schoolbudget onderstaande doelstellingen nagestreefd: functiedifferentiatie binnen de leraarsfunctie. Daarbij kan met name worden gedacht aan de introductie van een leraarsfunctie met een hoger maximumsalaris dan hetgeen hoort bij de normfunctie van leraar, functiedifferentiatie binnen onderwijsondersteunende functies en extra inzet van ondersteunend personeel, beloningsdifferentiatie, waarbij met name kan worden gedacht aan honorering van zowel betaalde als onbetaalde relevante ervaring bij (her)indiensttreding alsmede aan het op grond van een beoordeling van het functioneren kunnen inlopen van beloningsverschil dat is ontstaan door loopbaanonderbreking; en introductie van (gedeeltelijk) betaald ouderschapsverlof. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel