Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 24 maart 2015

1. De directeur stelt voor de toepassing van mechanische middelen een protocol vast. De directeur verleent geen machtiging aan personeelsleden of medewerkers het protocol op te stellen. De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders en de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet worden in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het protocol. 2. Het protocol omvat in elk geval: welke mechanische middelen in de inrichting aanwezig zijn en op welke wijze zij worden toegepast; de voorschriften voor de toepassing van de mechanische middelen; de aanwijzing van het personeelslid of de medewerker belast met de verzorging van, en het toezicht op, de jeugdige ten aanzien van wie mechanische middelen zijn toegepast; de wijze van verslaglegging inzake de toestand van de jeugdige; de wijze waarop de besluitvorming tot stand komt en wordt vastgelegd ten aanzien van de aanvang, de continuering, de wijziging en de beëindiging van de toepassing van de mechanische middelen; de wijze waarop betrokken personeelsleden of medewerkers periodiek worden getraind in de toepassing van mechanische middelen; de wijze van bekendmaking van het protocol en wijzigingen in het protocol.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel