In deze regeling wordt verstaan onder:
wet:
de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
eenheid:
een eenheid bij de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid van het onderdeel Landelijke Dienst Specialistische Taken van de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de Dienst Justitiële Inrichtingen;
meerdere:
de medewerker van de eenheid die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel geeft over de taakuitvoering;
geweld:
elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken;
aanwenden van geweld:
het gebruiken van geweld of het dreigen met geweld, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen;
vrijheidsbeperkende middelen:
een broekstok;
middelen als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen.
geweldsmiddel:
het semi-automatische schoudervuurwapen SIG SAUER MCX RATTLER, kaliber 7.62 x 35 millimeter;
de semi-automatische uitvoering van de FN SCAR, kaliber 7.62 x 35 millimeter;
een semi-automatisch pistool van het merk Walther P99Q, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
een korte of lange wapenstok van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type;
CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.
pepperspray van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.
het gebruik van een vuurwapen:
het trekken, het uit voorzorg ter hand nemen, het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen;
vuurwapen: een geweldsmiddel als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1, 2 en 3.
Paragraaf 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Regeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 5 februari 2026