De jeugdige wordt, gedurende zijn verblijf in de straf- of afzonderingscel, in staat gesteld goederen te kopen. Aangekochte goederen worden in de kamer, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet opgeslagen, tenzij de directeur bepaalt dat tegen uitreiking van bepaalde goederen in de straf- of afzonderingscel geen bezwaar bestaat.
Paragraaf 4
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2001