De aanpassing van de carrièrepatronen OOP betekent dat er vanaf 1 maart 2001 alleen nog maar sprake is van één bepaald patroon per functie dat niet meer afhankelijk is van een aanloopschaal of een maximumschaal. De aanpassing heeft zowel op het moment dat de wijziging ingaat als in het verloop van het carrièrepatroon geen (nadelige) financiële gevolgen voor het betrokken OOP.
Het salaris voor jeugdigen zal in de betreffende patronen worden ingepast. Voor de carrièrepatronen OOP verwijs ik u naar bijlage 1 (categorie 4) van deze publicatie en voor de conversie van de OOP-schalen verwijs ik u naar bijlage 2 van deze publicatie.
Ten aanzien van de betrokkenen die worden benoemd in een I- of D-baan zoals bedoeld in de regeling I/D-banen (I-S102a van het RPBO) bestaan aparte carrièrepatronen (zie ondermeer publicatie AB/A&A/2000/52429, Gele katern nr 2/3 (2001), onderdeel 5) die u terug kunt vinden in Bijlage 1 (categorie 5) van deze publicatie.
Artikel 2
Aanpassing carrièrepatronen OOP met
Onderdeel van Gewijzigde opzet van de carrièrepatronen voor het onderwijs ondersteunend personeel (OOP) en de aanpassingen in het RPBO in verband met de uniformering van de systematiek van de carrièrepatronen per 1 maart 2001· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 19 september 2001