Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 2 › § 2.1

Artikel 13

Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 14 van de wet

Onderdeel van Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 14 van de wet, worden in het aanvraag-informatieformulier naast de gegevens, bedoeld in artikel 11, nog de navolgende gegevens vermeld: de reden waarom de aanvrager geen reisdocument van een ander land kan verkrijgen, dan wel de reden waarom van de aanvrager niet kan worden gevergd, dat hij een reisdocument van een ander land aanvraagt, dan wel indien de aanvrager een verzoek om naturalisatie tot Nederlander heeft ingediend, op welke datum dit is geschied, in welk stadium de procedure zich bevindt en wat het daarop betrekking hebbende behandelingsnummer van het ministerie van Justitie is. 2. De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet geschiedt aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit zijn rechtmatig verblijf in Aruba, Curaçao of Sint Maarten en zijn nationaliteit blijkt, alsmede op grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 1.1 van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel