**1.** De vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een laissez-passer ingevolge artikel 15, tweede lid, van de wet geschiedt met gebruikmaking van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens rechtmatig verblijf in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten en diens nationaliteit blijkt, alsmede aan de hand van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte gegevens.
**2.** In geval van twijfel aan de gegevens die in het verblijfsdocument zijn vermeld dan wel door de aanvrager zijn verstrekt, vindt verificatie daarvan plaats in de vreemdelingenadministratie waarin de aanvrager is opgenomen.
Hoofdstuk II › § 2 › § 2.3
Artikel 19
Laissez-passer voor vreemdelingen
Onderdeel van Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 9 maart 2014