Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III › § 3

Artikel 51

Artikel 51

Onderdeel van Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 5 november 2016

1. De daartoe aangewezen persoon vergelijkt, behoudens in het artikel 44 bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan. 2. De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 43 bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend. 3. Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd. 4. Het opnemen van de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 42a, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation. 5. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden als genoemd in artikel 28, derde lid, van de wet worden de vingerafdrukken van de aanvrager opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat. 6. Indien de aanvrager niet op de Nederlandse vertegenwoordiging zijn aanvraag indient, of bij de Nederlandse vertegenwoordiging waar het document wordt aangevraagd geen werkend aanvraagstation aanwezig is, kunnen zijn vingerafdrukken opgenomen worden met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel