Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk XIVa › § 2

Artikel 100e

Beslissing op de aanvraag en machtiging tot verstrekking

Onderdeel van Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2026

1. Indien de aanvraag voor een nooddocument betrekking heeft op een Nederlander dan wel op een als ingezetene in de basisadministratie van een openbaar lichaam ingeschreven vreemdeling die recht heeft op verstrekking van een reisdocument als bedoeld in artikel 11 of 13 van de wet, beslist de gezaghebber of het aangevraagde nooddocument kan worden uitgereikt, onverminderd het bepaalde in het derde lid. 2. In alle andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen vindt verstrekking van een nooddocument door de gezaghebber slechts plaats na machtiging van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan wie daartoe per fax of op een andere beveiligde wijze een kopie van de aanvraaggegevens, waaronder het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, ter beschikking wordt gesteld. 3. De gezaghebber die een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon die blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie in het register paspoortsignaleringen is vermeld, legt deze aanvraag onverwijld voor aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die beslist of hij de gezaghebber machtigt om tot verstrekking van een nooddocument over te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel