Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Verplichte kostendeling

Onderdeel van Wijziging regelingen kinderopvang en buitenschoolse opvang· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 7 november 2001

Achterliggende gedachte van de verplichte kostendeling is dat ook de werkgever van de partner gebaat is bij kinderopvang, en daar zodoende financieel aan zou moeten bijdragen. Als gevolg van deze regeling zal er per kinderopvangplaats een verminderd beroep worden gedaan op het budget voor kinderopvang in het onderwijs. Hierdoor kunnen meer mensen in het onderwijs gebruik maken van de kinderopvangregeling. De verplichte kostendeling geldt vanaf publicatiedatum in het Gele Katern alléén voor nieuwe inschrijvingen voor de opvang van het eerste kind. Werknemers die kinderopvang / buitenschoolse opvang (in geval van kinderopvang wordt gelezen: kinderopvang; in geval van buitenschoolse opvang: buitenschoolse opvang) aanvragen en een werkende partner hebben, moeten ook de werkgever van de partner om een bijdrage in de kosten vragen (kostendeling). De werkgevers betalen ieder 50% van de werkgeversbijdrage. Voor onderwijswerkgevers komt de werkgeversbijdrage ten laste van de onderwijsbegroting. Betaalt de werkgever van de partner niet, dan komt het bedrag van de tweede werkgeversbijdrage voor rekening van de werknemer. Deze toeslag die de ouders/verzorgers, als gevolg van het ontbreken van kostendeling, moeten betalen, wordt gemaximeerd op 25% van de ouderbijdrage volgens de adviestabel van VWS. Bij het ontbreken van kostendeling betalen ouders dus maximaal 125% van de oorspronkelijke ouderbijdrage. Een alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor één of meer kinderen, is, in verband met het ontbreken van een partner, uitgesloten van kostendeling. Gezin heeft 2 hele dagen opvang per week, opvangkosten f. 1000,- (€ 454) per maand. Met de thans aangebrachte wijziging wordt bepaald dat de toeslag maximaal 25% van de ouderbijdrage volgens de tabel is. Stel gezinsinkomen is f. 50.000,- (€ 22689) netto per jaar: Ouderbijdrage volgens de tabel is f. 414,- (€ 188) per maand; Bijdrage beide werkgevers bij kostendeling is 1000,- – 414 = f. 586,- (€ 266); f. 293,- (€ 133) per maand per werkgever; Als de werkgever van de partner niet meebetaalt is dit gedeelte (f. 293,-) voor rekening van de ouder, echter met een maximum van 25% van f. 414,-= f. 103,50 (€ 47) per maand; De ouder gaat dus betalen: f. 414,- + f. 103,50= f. 517,50 (€ 235) per maand.

Rechtspraak bij dit artikel