**1.** De aanduiding melkchocolade mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor melkchocolade met:
in totaal ten minste 25% droge cacaobestanddelen;
ten minste 14% droge melkbestanddelen;
ten minste 2,5% vetvrije droge cacaobestanddelen;
ten minste 3,5% melkvet; en
in totaal aan cacaoboter en melkvet ten minste 25% vetten.
**2.** De aanduiding melkchocolade mag gebruikt worden in combinatie met de woorden:
-hagelslag of -vlokken, voor zover de waar wordt aangeboden in de vorm van vlokken of korrels en ten minste bevat:
in totaal 20% droge cacaobestanddelen;
12% droge melkbestanddelen; en
in totaal aan cacaoboter en melkvet 12% vetten;
-couverture, voor zover de waar in totaal aan cacaoboter en melkvet ten minste 31% vetten bevat;
gianduja- (of afleidingen van het woord gianduja), voor gianduja:
verkregen uit melkchocolade met een gehalte van ten minste 10% aan droge melkbestanddelen; en
een zodanige hoeveelheid fijngemaakte hazelnoten dat 100 gram van de waar ten minste 15 gram en ten hoogste 40 gram hazelnoten bevat;
waaraan mogen zijn toegevoegd:
amandelen, hazelnoten en andere noten, geheel of in stukken, in een zodanige verhouding dat het gewicht daarvan, gevoegd bij het gewicht van de fijngemaakte hazelnoten, niet meer dan 60% van het totale gewicht van de waar uitmaakt.
**3.** In de in dit artikel bedoelde aanduiding mag het woord «melk» vervangen worden door:
met room of room, voor zover de waar ten minste 5,5% melkvet bevat;
van magere melk, voor zover de waar ten hoogste 1% melkvet bevat.
§ 3
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Warenwetbesluit Cacao en chocolade· Levensmiddelenrecht
Deze tekst geldt sinds 3 augustus 2003