**1.** Aan de eet- of drinkwaar, krachtens § 3 aangeduid als chocolade, melkchocolade, huishoudmelkchocolade, witte chocolade, chocolata a la taza of chocolata familiar a la taza mogen worden toegevoegd:
wat betreft andere plantaardige vetten dan cacaoboter: uitsluitend cacaoboterequivalenten;
andere eet- of drinkwaren, met dien verstande dat:
toegevoegde dierlijke vetten en bereidingen daarvan uitsluitend afkomstig zijn van melk;
meel en zetmeel in korrel- of poedervorm slechts worden toegevoegd aan de eet- of drinkwaar, aangeduid als chocolate a la taza of aangeduid als chocolate familiar a la taza; en
de toegevoegde hoeveelheid niet meer dan 40% bedraagt van het totale gewicht van het eindproduct.
**2.** De in het eerste lid, onder a, bedoelde andere plantaardige vetten:
bevatten geen laurinezuur en zijn rijk aan symmetrisch enkelvoudige onverzadigde triglyceriden van het type POP, POSt en StOSt;
zijn in elke verhouding mengbaar met cacaoboter, en zijn verenigbaar met de fysische eigenschappen van cacaoboter inzake smeltpunt en kristallisatietemperatuur, smeltsnelheid, en noodzaak van tempereren; en
worden uitsluitend verkregen door raffinage of fractionering, zonder enzymatische verandering van de triglyceridenstructuur.
**3.** De navolgende plantaardige vetten, gewonnen uit de daarbij vermelde planten, mogen met inachtneming van het tweede lid worden toegevoegd aan de in het eerste lid bedoelde waren:
gebruikelijke aanduiding
wetenschappelijke aanduiding van de planten waaruit de vetten gewonnen kunnen worden
1. Illipe, Borneo-talk of Tengkawang
Shorea spp.
2. Palmolie
Elaeis guineensis Elaeis olifera
3. Sal
Shorea robusta
4. Karité/Shea
Butyrospermum parkii
5. Kokum gurgi
Garcinia indica
6. Mangopit
Mangifera indica
**4.** In afwijking van het eerste lid, onder a, mag kokosolie worden toegevoegd aan de krachtens artikel 11, eerste lid, als chocolade aangeduide eet- of drinkwaar die wordt gebruikt voor de bereiding van consumptie-ijs en andere soortgelijke bevroren waren.
**5.** De toegevoegde hoeveelheid andere plantaardige vetten dan cacaoboter, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt ten hoogste 5% van het totale gewicht van de voor consumptie gerede waar, na aftrek van het totale gewicht van de daarin verwerkte andere eet- of drinkwaren, bedoeld in het eerste lid, onder b. Het minimumgehalte aan cacaoboter of het totaalgehalte aan droge cacaobestanddelen van de waar wordt daarbij niet verminderd.
§ 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Warenwetbesluit Cacao en chocolade· Levensmiddelenrecht
Deze tekst geldt sinds 3 augustus 2003