Op grond van de Wet Rietkerk-uitkering wordt overeenkomstig het voorstel van wijlen minister Rietkerk, gezinnen en alleenstaanden die behoren tot de groep van personen van Molukse herkomst die in 1951 of 1952 in groepsverband door de zorg van de Nederlandse regering naar Nederland zijn overgebracht, een jaarlijkse uitkering van € 907,56 netto toegekend.
Naar mijn oordeel vormen deze uitkeringen, die afhankelijk zijn gesteld van het in leven zijn van de gerechtigden belastbare periodieke uitkeringen in de zin van artikel 3.100, aanhef en letter a, en artikel 3.101, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De over de uitkeringen verschuldigde bedragen aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen komen op grond van artikel 8 van de Wet Rietkerk-uitkering voor rekening van het Rijk en zullen jaarlijks via een heffing ineens worden afgedragen.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Periodieke uitkeringen, Rietkerk-uitkering· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002