Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 1 › Subparagraaf

Artikel 4:1

Artikel 4:1

Onderdeel van Wet arbeid en zorg· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015

1. De werknemer heeft recht op verlof met behoud van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens: onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking van de arbeid vergen; zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden; een door wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting, waarvan de vervulling niet in zijn vrije tijd kon plaatsvinden; de uitoefening van het actief kiesrecht. 2. Onder zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden worden in ieder geval begrepen: de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont; het overlijden en de lijkbezorging van een van zijn huisgenoten of een van zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad van de zijlijn; spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijze niet buiten werktijd om te plannen arts- of ziekenhuisbezoek door de werknemer of de noodzakelijke begeleiding daarbij van de personen, bedoeld in artikel 5:1; noodzakelijke verzorging op de eerste ziektedag van de personen, bedoeld in artikel 5:1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel