De betreffende uitspraken van het Hof van Justitie hebben slechts betrekking op de relatie tussen afwezigheid wegens zwangerschap en de ontslagtermijnen. De uitspraken laten zich niet uit over de vraag of de bezoldigingsverplichtingen van de werkgever tijdens perioden van arbeidsongeschiktheid wegens zwangerschap, alsmede tijdens de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof zelf, opgeschort zouden moeten worden.
Niettemin is aanleiding gezien om ook de bezoldigingsverplichtingen tijdens de periode van het zwangerschap- en bevallingsverlof op te schorten. Dit onder meer als voortvloeisel van het feit dat in het kader van het wetsontwerp Arbeid en zorg voorgesteld is om de periode van het zwangerschap- en bevallingsverlof niet meer te laten meetellen bij de vaststelling van de wachttijd voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
Daarom is in het BZA opgenomen dat de termijn gedurende welke de bezoldiging wordt doorbetaald, wordt opgeschort gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit geldt voor de periode van 18 maanden en de periode daarna tot het einde van het dienstverband. Artikel 9 BZA voorziet er in dat de vrouwelijke betrokkene met ingang van 1 december 2002 niet alleen aanspraak heeft op het zwangerschap- en bevallingsverlof zelf, maar ook op de volle bezoldiging gedurende dat verlof.
Artikel 4
Opschorting loondoorbetaling
Onderdeel van Aanpassing Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs (BZA)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002