**1.** Munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel zijn:
de gouden dukaat;
de dubbele gouden dukaat;
de zilveren dukaat.
**2.** De gouden dukaat heeft een goudgehalte van 983 duizendste, een gewicht van 3,494 gram met een afwijking van ten hoogste vier duizendste en een middellijn van 21 millimeter.
**3.** De dubbele gouden dukaat heeft een goudgehalte van 983 duizendste, een gewicht van 6,988 gram met een afwijking van ten hoogste vier duizendste en een middellijn van 26 millimeter.
**4.** De beeldenaar van de gouden dukaat en de dubbele gouden dukaat is op de voorzijde een geharnaste man tussen de cijfers van het jaartal, met het omschrift: CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT: de beeldenaar is op de keerzijde binnen een versierd vierkant: MO. AUR REG. BELGII AD LEGEM IMPERII. De munten zijn voorzien van een kabelrand.
**5.** De zilveren dukaat heeft een zilvergehalte van 873 duizendste, een gewicht van 28,25 gram met een afwijking van ten hoogste vijf duizendste en een middellijn van 40 millimeter.
**6.** De beeldenaar van de zilveren dukaat is op de voorzijde hetzij een geharnaste man met het Klein Rijkswapen voor het linkerbeen en met het opschrift: MO.NO.ARG.REG.BELGII, hetzij een geharnaste man met het wapen van een Nederlandse provincie voor het linkerbeen en met het opschrift: MO.NO.ARG.REG.BELGII en de naam van de provincie; is op de keerzijde het Klein Rijkswapen met de Koninklijke Kroon tussen de cijfers van het jaartal, met het opschrift: CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Muntwet 2002· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020