Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Verantwoording en monitoring van het schoolbudget in het primair onderwijs· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 12 december 2001

Met de invoering van het schoolbudget per 1 augustus 2001 is een belangrijke stap gezet in de richting van een vereenvoudigd bekostigingsstelsel voor het primair onderwijs. Het MOA-budget is daarbij samengevoegd met de budgetten voor nascholing en integraal personeelsbeleid alsmede met een aantal extra middelen die met ingang van 1 augustus 2001 beschikbaar worden gesteld voor integraal personeelsbeleid, bestuur en management en de bestrijding van arbeidsmarktknelpunten. De bestedingsverplichtingen van de afzonderlijke budgetten zijn komen te vervallen en het aldus ontstane schoolbudget wordt volledig toegekend in geld. Naar aanleiding van het akkoord dat in juni is bereikt tussen centrales voor overheids- en onderwijspersoneel en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen in verband met de uitwerking van de maatregelen naar aanleiding van het rapport van de werkgroep Van Rijn en verlenging van de CAO sector onderwijs (PO, VO, BVE) 2000-2002, zijn aan het schoolbudget wederom extra middelen toegevoegd. In het overleg over het schoolbudget zijn verder afspraken gemaakt over een verhoging van het ’normale’ verzilveringstarief, de invoering van een structurele extra mogelijkheid om op 1 februari extra formatierekeneenheden te verzilveren of over te dragen en een verplichting voor scholen om medewerking te verlenen aan een opzet voor de verantwoording en monitoring van de besteding van het schoolbudget. In het vervolg van deze publicatie wordt uiteengezet op welke wijze de verantwoording en monitoring van de besteding van het schoolbudget zal plaatsvinden.

Rechtspraak bij dit artikel