Ten aanzien van de rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de in het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan het gerechtsbestuur toegekende bevoegdheden, met uitzondering van die in de artikelen 2i, 3, 3b, 6, 6a, 6b, 6f, 7, 8b, 8d, 8e, 33i, 37b en 38 alsmede hoofdstuk 4A van dat besluit, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak uitgezonderd het betrokken rechterlijk lid.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010