Naar hoofdinhoud

Artikel II

Flexibilisering arbeidsduur

Onderdeel van Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 2001-2002· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 14 december 2001

De norm voor de arbeidsduur blijft gehandhaafd op gemiddeld 36 uur per week bij een volledige betrekking. Afgesproken is echter dat met ingang van 1 april 2002 op verzoek van de ambtenaar diens individuele arbeidsduur structureel kan worden verhoogd in hele uren tot maximaal gemiddeld 40 uur per week, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. Een en ander zal worden vormgegeven door de introductie van het begrip 'arbeidsduurfactor'. Dit is een breuk waarvan de teller de individuele arbeidsduur is en de noemer 36 is. Het aantal te werken uren op jaarbasis gebaseerd op een volledige betrekking van gemiddeld 36 uur per week wordt met de arbeidsduurfactor vermenigvuldigd, waarna zonodig afronding op hele uren naar boven plaatsvindt. Dit leidt voor de vier mogelijkheden tot de volgende arbeidsduurfactoren: bij 37 uur: 37/36, bij 38 uur: 38/36, bij 39 uur: 39/36, bij 40 uur: 40/36. Deze mogelijkheid van structurele verhoging van de individuele arbeidsduur komt naast de bestaande mogelijkheid om in het kader van IKAP voor de duur van een jaar de arbeidsduur met maximaal 100 uur op jaarbasis te verhogen. Er geldt echter wel een maximum. Structurele verhoging van de individuele arbeidsduur gecombineerd met het in enig jaar meer uren werken op grond van IKAP mag er niet toe leiden dat er in dat jaar een werkweek ontstaat van meer dan gemiddeld 40 uur. Een voorbeeld ten aanzien van het kalenderjaar 2001: Er zijn in dat jaar 254 werkdagen. Voor een voltijdwerker bedraagt de arbeidsduur op jaarbasis derhalve 254 * 7,2 = (afgerond) 1829 uur. Bij een structurele arbeidsduurverlenging tot 40 uur wordt het aantal te werken uren op jaarbasis: 254 * 7,2 uur * 40/36 = 2032 uur. Er is geen ruimte voor een tijdelijke uitbreiding van de arbeidsduur in het kader van IKAP. Bij een structurele arbeidsduurverlenging tot 39 uur wordt het aantal te werken uren op jaar basis: 254 * 7,2 uur * 39/36 = 1981,2 uur (afgerond 1982). In deze situatie kan een tijdelijke uitbreiding van de arbeidsduur op grond van IKAP plaatsvinden van maximaal 2032 minus 1982 = 50 uur. Voor wat betreft een tijdelijke vermindering van de arbeidsduur op grond van IKAP geldt dat een aanvraag daartoe niet kan worden ingediend door de ambtenaar van wie de individuele arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur is vastgesteld. Evenmin kan deze ambtenaar gebruik maken van de PAS-regeling. In beide gevallen zal eerst de structurele individuele arbeidsduur op aanvraag van de desbetreffende ambtenaar moeten worden teruggebracht tot ten hoogste gemiddeld 36 uur per week. Geen aanvraag kan worden ingediend door de ambtenaar die gebruik maakt van de PAS-regeling, buitengewoon verlof van lange duur geniet, gedeeltelijk ontslag is verleend in verband met een flexibel vervroegd uittreden en indien de ambtenaar arbeidsgehandicapt is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten bij wie een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld. Een structurele verhoging van de individuele arbeidsduur werkt door naar de overige arbeidsduurgerelateerde aanspraken met uitzondering van de tegemoetkoming op grond van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel en het nominaal deel van de eindejaarsuitkering. Eenzelfde doorwerking geldt ook voor pensioenen en aanspraken (bovenwettelijke) sociale zekerheid. In voorbereiding is een wijziging van het pensioen- en het fpu-reglement waarbij een deeltijdfactor groter dan één mogelijk wordt gemaakt. Dit leidt dan in de systematiek van het pensioenreglement tot een evenredige verhoging van het pensioen over de periode waarin de hogere deeltijdfactor van toepassing is. Ook de verschuldigde premie en de franchise worden evenredig verhoogd. In een afzonderlijke circulaire zal ik begin 2002 nader ingaan op een aantal overige aspecten. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel