**1.** De minister stelt jaarlijks voor 1 december de omvang van de middelen van de landelijke cliëntenraad als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet SUWI, vast aan de hand van een jaarplan met begroting.
**2.** Deze middelen zijn bestemd voor:
de kosten van het secretariaat en ondersteuning van de landelijke cliëntenraad;
de kosten ten behoeve van leden van de landelijke cliëntenraad en in verband met de taakuitoefening door de raad;
kosten in verband met in het jaarplan opgenomen onderzoeken naar cliëntenparticipatie in het domein van werk en inkomen en activiteiten ter bevordering van deze cliëntenparticipatie.
**3.** De minister kan toestaan, dat de middelen worden aangewend voor meer activiteiten dan in het jaarplan met begroting zijn opgenomen.
**4.** De minister kan besluiten de omvang van de middelen te wijzigen.
**5.** Ten behoeve van de landelijke cliëntenraad worden geen verplichtingen aangegaan en geen uitgaven gedaan die leiden tot overschrijding van de vastgestelde middelen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Middelen landelijke cliëntenraad
Onderdeel van Regeling SUWI· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2009