Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.8

Andere openingen in het dek

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit 2002· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 20 februari 2002

1. Wanneer zulks voor de visserijwerkzaamheden van belang is, mogen in het dek verzonken stortranden van het schroef-, bajonet- of een gelijkwaardig type zijn en mogen mangaten zijn aangebracht, mits deze waterdicht gesloten kunnen worden en dergelijke afsluitmiddelen blijvend zijn bevestigd aan de aangrenzende constructie. Met inachtneming van afmetingen en plaats van de openingen alsmede de uitvoering van de afsluitmiddelen, mogen metaal op metaal afsluitingen zijn aangebracht mits het Hoofd van de Scheepvaartinspectie van oordeel is dat een even doelmatige waterdichtheid wordt verkregen. 2. Openingen die geen luikhoofden, openingen boven de voortstuwingsruimte, mangaten of verzonken stortranden in het werk- of opbouwdek zijn, worden beschermd door middel van gesloten constructies, voorzien van waterdichte deuren of daaraan gelijkwaardige afsluitingen. Toegangskappen zijn zo dicht als praktisch uitvoerbaar is ter hoogte van het vlak van kiel en stevens van het vissersvaartuig geplaatst. Het bepaalde in artikel 6.14, zesde lid, en artikel 6.15, eerste lid, tweede volzin, en vierde lid, voor vissersvaartuigen, gebouwd voor 23 november 1995, treedt in werking met ingang van 23 november 2002.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel