Luikopeningen die tijdens het uitoefenen van visserijwerkzaamheden niet gesloten zijn en die niet snel gesloten kunnen worden, zijn zodanig aangebracht dat bij een hellingshoek van 20° of minder geen water de visruimen kan binnendringen, tenzij aan het bepaalde in artikel 3.2, eerste lid, nog steeds voldaan wordt wanneer die visruimen geheel of gedeeltelijk vervuld zijn geraakt.
Het bepaalde in artikel 6.14, zesde lid, en artikel 6.15, eerste
lid, tweede volzin, en vierde lid, voor vissersvaartuigen,
gebouwd voor 23 november 1995, treedt in werking met ingang van
23 november 2002.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Vervuld raken van visruimen
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit 2002· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 2002