Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 2

Artikel 5.4

Schotten binnen ruimten voor accommodatie en dienstruimten

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit 2002· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 20 februari 2002

1. Binnen ruimten voor accommodatie en dienstruimten zijn alle schotten van klasse «B» opgetrokken van dek tot dek en strekken zij zich uit tot de huid of tot andere begrenzingswanden, tenzij aan beide zijden van de schotten doorlopende plafonds of beschietingen van klasse «B» of beide zijn aangebracht, in welk geval het schot mag eindigen bij het doorlopende plafond of de doorlopende beschieting. 2. Methode IF: alle schotten die niet ingevolge het bepaalde in dit artikel of andere artikelen van deze paragraaf van klasse« A» of «B» zijn, zijn ten minste schotten van klasse« C». 3. Methode IIF: de constructie van schotten die niet ingevolge het bepaalde in dit artikel of andere artikelen van deze paragraaf van klasse «A» of «B» zijn, is niet aan beperking onderworpen, behoudens in die gevallen waarin schotten van klasse «C» zijn vereist overeenkomstig tabel 1 in artikel 5.7. 4. Methode IIIF: de constructie van schotten die niet ingevolge het bepaalde in dit artikel of andere artikelen van deze paragraaf van klasse «A» of «B» zijn, is niet aan beperkingen onderworpen. De oppervlakte van enige ruimte of ruimten voor accommodatie die door een doorlopend schot van klasse «A» of «B» worden begrensd, bedraagt in geen geval meer dan 50 m2, behoudens in die gevallen waarin schotten van klasse «C» zijn vereist overeenkomstig tabel 1 in artikel 5.7. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan voor ruimten voor algemeen gebruik echter een grotere oppervlakte toestaan. Het bepaalde in artikel 6.14, zesde lid, en artikel 6.15, eerste lid, tweede volzin, en vierde lid, voor vissersvaartuigen, gebouwd voor 23 november 1995, treedt in werking met ingang van 23 november 2002.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel