Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › § 3

Artikel 7.28

Lijnwerptoestellen

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit 2002· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 20 februari 2002

1. Ieder lijnwerptoestel voldoet aan de volgende eisen: het kan een lijn met redelijke nauwkeurigheid wegschieten; het is voorzien van ten minste vier projectielen die bij gunstige weersomstandigheden een lijn kunnen wegschieten over een afstand van ten minste 230 m; het is voorzien van ten minste vier lijnen, ieder met een breeksterkte van ten minste 2 kN, en het is voorzien van beknopte gebruiksaanwijzingen of pictogrammen, die duidelijk het gebruik van het lijnwerptoestel aangeven. 2. Het projectiel, in het geval van een door een pistool afgevuurd projectiel, of het projectiel en de lijn wanneer die een geheel vormen, zijn opgeborgen in een waterbestendige houder. In het geval van een door een pistool afgevuurd projectiel zijn de lijnen en projectielen, tezamen met de ontstekingsmiddelen bovendien opgeborgen in een verpakking die bescherming biedt tegen weersinvloeden. Het bepaalde in artikel 6.14, zesde lid, en artikel 6.15, eerste lid, tweede volzin, en vierde lid, voor vissersvaartuigen, gebouwd voor 23 november 1995, treedt in werking met ingang van 23 november 2002.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel