Er zijn doeltreffende voorzieningen ter inscheping in een groepsreddingsmiddel aanwezig, die omvatten:
ten minste een ladder of een andere goedgekeurde voorziening aan elke zijde van het schip om inscheping in het groepsreddingsmiddel mogelijk te maken als dit in het water ligt, tenzij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie van mening is dat de afstand van de plaats van inscheping tot het in het water liggende groepsreddingsmiddel zodanig is dat deze ladder of andere voorziening niet noodzakelijk is,
voorzieningen voor het verlichten van de plaats van de groepsreddingsmiddelen en de middelen voor tewaterlating gedurende de voorbereiding en het te water laten zelf, en ook voor het verlichten van het wateroppervlak waar de groepsreddingsmiddelen te water worden gelaten totdat de tewaterlating is beëindigd. De voeding voor deze verlichting wordt geleverd door de noodkrachtbron, voorgeschreven in artikel 4.17,
voorzieningen om alle personen aan boord te waarschuwen dat het schip zal worden verlaten, en
voorzieningen om lozing van water in het groepsreddingsmiddel te voorkomen.
Het bepaalde in artikel 6.14, zesde lid, en artikel 6.15, eerste
lid, tweede volzin, en vierde lid, voor vissersvaartuigen,
gebouwd voor 23 november 1995, treedt in werking met ingang van
23 november 2002.
Hoofdstuk 7 › § 2
Artikel 7.7
Inscheping in een groepsreddingsmiddel
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit 2002· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 2002