**1.** In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.6 voldoet een vaartuig dat bestemd is om reizen te ondernemen in alle zeegebieden aan het bepaalde in artikel 9.9, tweede lid, met dien verstande dat de apparatuur, bedoeld in artikel 9.9, tweede lid, onder c, 2°, niet aanvaard wordt als een alternatief voor de apparatuur, bedoeld in artikel 9.9, tweede lid, onder c, 1°, die altijd aan boord moet zijn. Bovendien voldoet het aan het bepaalde in artikel 9.9, derde lid.
**2.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in artikel 9.6, onder a, 1°, en onder b, voor vaartuigen gebouwd voor 1 februari 1997 die uitsluitend bestemd zijn om reizen te ondernemen in de zeegebieden A2, A3 en A4, mits deze vaartuigen zo mogelijk een permanente luisterwacht houden op VHF-kanaal 16. Deze wacht wordt gehouden op de plaats aan boord waar gewoonlijk de navigatie wordt gevoerd.
Het bepaalde in artikel 6.14, zesde lid, en artikel 6.15, eerste
lid, tweede volzin, en vierde lid, voor vissersvaartuigen,
gebouwd voor 23 november 1995, treedt in werking met ingang van
23 november 2002.