Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 3

Artikel 2.3.2a

Artikel 2.3.2a

Onderdeel van Vuurwerkbesluit· Ruimtelijke ordening en milieu

In werking sinds 1 augustus 2026

1. Aan de ontheffing worden in ieder geval de volgende, op het afsteekterrein en de veiligheidszone betrekking hebbende voorschriften verbonden: het afsteekterrein en de veiligheidszone worden ingericht overeenkomstig het veiligheidsplan en zijn goed bereikbaar voor de hulpdiensten; de veiligheidsafstand bedraagt: 15 meter indien alleen grondvuurwerk wordt afgeschoten, 40 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber tot en met 1 inch wordt afgeschoten en 60 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber vanaf 1 inch tot 2 inch wordt afgeschoten; de afstanden voor luchtvuurwerk worden vermenigvuldigd met 1,5 indien dit schuin richting publiek wordt afgeschoten; voordat het vuurwerk op het afsteekterrein wordt neergelegd, wordt het afsteekterrein afgesloten voor het publiek; op het afsteekterrein wordt niet meer dan 200 kg verpakt vuurwerk van categorie F2 op veilige wijze en op ten minste 8 meter van de buitenrand van de veiligheidszone neergelegd en onder permanent toezicht geplaatst door de ontheffinghouder; op het afsteekterrein zijn aanwezig: een afschrift van de ontheffing met de daaraan verbonden voorschriften en een afschrift van de factuur waarop het aanwezige vuurwerk staat vermeld; binnen de veiligheidszone is geen open vuur aanwezig en wordt niet gerookt; op het afsteekterrein zijn ten minste twee goedgekeurde handblusapparaten met een inhoud van ten minste 6 kg ABC-poeder of 9 kg schuim aanwezig waarmee een beginnende brand zo snel mogelijk wordt bestreden; tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk mag de veiligheidszone niet worden betreden door anderen dan de supervisor, de ontbranders en de toezichthouder; handelingen nabij het vuurwerk die kunnen leiden tot statische elektriciteit, brand, brandgevaar of onbedoelde ontsteking zijn niet toegestaan; de veiligheidszone wordt direct na afloop van het tot ontbranding brengen van het vuurwerk opgeruimd en schoon opgeleverd. 2. Aan de ontheffing worden voorts in ieder geval de volgende, op de supervisor en de ontbranders betrekking hebbende voorschriften verbonden: het vuurwerk mag tot ontbranding worden gebracht door maximaal acht in de aanvraag genoemde ontbranders die ten minste 18 jaar oud zijn; de ontbranders staan onder leiding van ten minste één in de aanvraag genoemde supervisor die ten minste 18 jaar oud is; de supervisor houdt tijdens de ontbranding zicht op het vuurwerk, de afsteekplaats, de veiligheidszone en de ontbranders; de supervisor beschikt over communicatiemiddelen waarmee contact kan worden opgenomen met hulpdiensten en toezichthouders; de supervisor en de ontbranders hebben kennis over het veilig omgaan met vuurwerk; de supervisor en de ontbranders dragen een vuurwerkbril en de ontbranders gebruiken een aansteeklont bij het tot ontbranding brengen van het vuurwerk; de supervisor en de ontbranders zijn niet onder invloed van alcohol of andere verdovende of stimulerende middelen als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 gelezen in samenhang met artikel 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. 3. Aan de ontheffing worden voorts in ieder geval de volgende, op het bezit en de wijze en het moment van tot ontbranding brengen van vuurwerk betrekking hebbende voorschriften verbonden: het vuurwerk wordt uitsluitend tot ontbranding gebracht tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar; het vuurwerk wordt afgestoken zoals vastgelegd in het veiligheidsplan dat bij de aanvraag is ingediend en aldus onderdeel uitmaakt van de verleende ontheffing; het vuurwerk wordt niet bewerkt en wordt uitsluitend handmatig afgestoken; het tot ontbranding brengen vindt plaats volgens de gebruiksaanwijzing of het veiligheidsinformatieblad behorend bij het vuurwerkartikel, voor zover niet anders is bepaald; het vuurwerk is stabiel en op de grond opgesteld, loodrecht op het grondoppervlak; de ondergrond die wordt gebruikt voor het opstellen van het vuurwerk is niet brandbaar; alvorens het vuurwerk tot ontbranding te brengen, wordt gecontroleerd of de minimale veiligheidsafstanden in acht worden genomen; indien nabij de veiligheidszone vuurwerk anders dan fop- en schertsvuurwerk wordt afgestoken of derden de veiligheidszone betreden, wordt het tot ontbranding brengen van vuurwerk onmiddellijk gestaakt; indien weers- of andere omstandigheden het veilig tot ontbranding brengen van vuurwerk bemoeilijken of belemmeren, wordt het tot ontbranding brengen van vuurwerk onmiddellijk gestaakt; niet ontbrand vuurwerk wordt uiterlijk 1 januari 18.00 uur direct volgend op de jaarwisseling geretourneerd aan de verkoper.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel